BRL SIKB 2000

De beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 heeft betrekking op het milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek. De richtlijn heeft de bijbehorende protocollen:

  • Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen.
  • Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters
  • Protocol 2003: Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek
  • Protocol 2018: Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

Doel BRL SIKB 2000

De beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 heeft tot doel: het bij de uitvoering van bodemhygiënisch onderzoek verkrijgen van representatieve monsters en de kwaliteit waarborgen bij het veldonderzoek naar asbest in de bodem.

Gestelde eisen BRL SIKB 2000

Om het gestelde doel te bereiken, zijn er eisen opgesteld waaraan het process moet voldoen. Als van de proceseisen wordt afgeweken, moet het volgende worden vermeld: op welke onderdelen is afgeweken, de aard van de afwijkingen, de motivatie, inschatting van de consequenties voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de risico’s.

Het proces bestaat uit verschillende stappen, namelijk:

  • Opdrachtvorming met de opdrachtgever: Expliciete vermelding in de opdrachtvorming dat de werkzaamheden onder certificaat BRL SIKB 2000 worden verricht met de vermelding van de reikwijdte van deze BRL en dat de functiescheiding is gewaarborgd. Het SIKB-keurmerk moet daarbij gevoerd worden.
  • Veldwerkrapportage aan de opdrachtgever: Binnen de organisatie vindt er een interpretatie plaats van de veldwerkrapportage en de analysegegevens. Om die reden moet de veldwerkrapportage de volgende gegevens bevatten: projectidentificatie, naam van de veldwerker(s), datum van uitvoering, overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden, overzicht van de verzamelde gegevens. Daarbij moet vermeld staan dat het veldwerk onder procescertificaat is uitgevoerd.
  • Veldwerk op kantoor versus op locatie: Voor de daadwerkelijke uitvoering van het veldwerk moeten er al bij de opdrachtacceptatie verschillende controlemomenten plaatsvinden. De planning van het veldwerk met de bijbehorende eisen – die gesteld worden aan het veldwerkteam – moet worden getoetst, opdat ze het plan van aanpak naar behoren kunnen uitvoeren. Visa versa betekent dit dat het plan van aanpak die informatie moet bevatten, opdat de gekwalificeerde veldwerker het werk naar behoren kan uitvoeren.
  • Veldwerk, materiaal, materieel en veiligheid: Voor de veldwerkzaamheden moet alle apparatuur en PBM’s beschikbaar zijn, die nodig zijn om het werk kwalitatief goed en veilig uit te kunnen voeren. De monsters moeten geconditioneerd bewaard worden bij 2º tot 5 º C.

Daarnaast worden eisen gesteld aan het kwaliteitssysteem, zoals:

  • Vastlegging van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van medewerkers die eraan bijdragen dat de monsternemers, projectleiders en interne auditors voldoen aan de eisen van deze regeling. Hiertoe is het opzetten van een opleidingssysteem benodigd.
  • Functionerend en gedocumenteerd kwaliteitssysteem met een relevante scope die is opgezet en voldoet aan bijvoorbeeld de NEN-EN ISO 9001:2008. Borging van alle eisen uit de BRL SIKB 2000 door vastlegging in procedures en werkinstructies binnen het gedocumenteerd kwaliteitssysteem (kwaliteitshandboek).
  • Uitvoeren van interne audits, kwaliteitscontrole boorbeschrijvingen en blanco bemonstering groundwater.
  • Registratie en afhandeling van klachten en ongevallen inclusief oorzaakanalyse.

Per 1 januari 2008 is de BRL SIKB 2000 opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en mogen alleen erkende bodemintermediairs bodemhygiënisch onderzoek uitvoeren. Het Centraal College van Deskundigen Bodembeheer actualiseert de BRL SIKB 2000 geregeld middels interpretatiedocumenten. Deze zijn te downloaden vanaf de SIKB-website.