BRL SIKB 7500

BRL SIKB 7500 is de beoordelingsrichtlijn voor het bewerken van verontreinigde grond en baggerspecie.

Wat houdt de regeling in?

Deze Beoordelingsrichtlijn bevat de regels waaraan elke gecertificeerde bewerker van verontreinigde grond zich dient te houden. Het certificaat dat een bewerkingsbedrijf (reinigingsbedrijf, depotbeheerder e.d.) op basis van deze BRL kan verkrijgen, bewerkstelligt (voor opdrachtgevers en derden die bij de bewerking betrokken zijn) dat de bewerker een goede kwaliteitsborging voert ten aanzien van alle in de BRL genoemde aspecten. Daarnaast is geregeld dat de bewerker juist die elementen borgt die van belang zijn en die voortvloeien uit vigerende wet- en regelgeving. Een opdrachtgever mag van een bewerker, die werkzaamheden onder dit certificaat aanbiedt, daarom verwachten dat deze de bewerking van de verontreinigde grond/baggerspecie op een correcte manier uitvoert.

Onder deze BRL valt de (ex situ) reiniging van verontreinigde grond en baggerspecie door middel van thermische, extractieve en/of biologische methoden, alsmede van baggerspecie door middel van landfarming, rijping en/of sedimentatie. De BRL is gericht op bekende uitvoeringstechnieken. Per protocol is aangegeven welke technieken onder het betreffende protocol vallen en dus onder certificaat zijn uit te voeren. Het ligt overigens in de bedoeling van de SIKB om deze BRL in de toekomst met mogelijke nieuwe technieken uit te breiden, zodra deze technieken algemeen geaccepteerd zijn.

Samengevat heeft procescertificering als voordelen:

  • De kwaliteit van het reinigingsproces wordt geborgd door het sluiten van de keten van winning/sanering tot en met de toepassing.
  • De toeleverancier kan vertrouwen op een correcte bewerking.
  • Het procescertificaat kan bij de verlening van een milieuvergunning worden gebruikt. Het zorgt dan eveneens voor meer uniformiteit tussen de vergunningen en het zal het vertrouwen van de handhaver hebben.
  • Certificering kan leiden tot een effectiever proces en daarmee tot kostenbesparing; Bodem+ geeft voor het residu van baggerspecie automatisch (dus zonder keuringen) een niet-reinigbaarheidsverklaring afgegeven.

De richtlijn heeft de bijbehorende protocollen:

  • Protocol 7510: Procesmatige ex situ reiniging en immobilisatie van grond en baggerspecie;
  • Protocol 7511: Landfarming, ontwatering, rijping en zandscheiding van baggerspecie.

Welke eisen worden gesteld?

Doel van de richtlijn is het controleerbaar en toetsbaar maken van de werkzaamheden van reinigingsbedrijven voor ontdoeners en voor het bevoegd gezag Wet Milieubeheer, alsmede de afstemming en uniformering van (aanvragen voor milieu-)vergunningen. De ontdoener krijgt een bewerkingsdienst geleverd. Deze dienstverlening is afgerond bij het afronden van het reinigingsproces. De dienstverlening is inzichtelijk via het projectevaluatieformulier. Het formulier is de weerslag van de dienstverlening. De ontdoener krijgt dan een schriftelijk bewijs dat de dienst volledig en onder certificaat is geleverd. Aan het bevoegd gezag Wet Milieubeheer wordt informatie geleverd. Het bevoegd gezag krijgt de projectevaluatieformulieren en administratie van projectgegevens ter inzage. Bovendien houdt de certificaathouder een materialenbalans bij. De voorliggende BRL, met bijbehorend protocol(len), beschrijft de wijze waarop gecertificeerde bedrijven invulling geven aan de huidige wet- en regelgeving (Wbb, Wm, Wbm e.d.) en op basis waarvan kan worden vastgesteld dat de aangevoerde grond / baggerspecie correct wordt bewerkt.

Dit is te bereiken door auditing van de kwaliteit op ten minste de volgende risicogebieden:

  • Vóór-acceptatie (inclusief administratie);
  • Inkeuring en eindacceptatie; scheiding en clustering van partijen;
  • Bewerking (al dan niet gezamenlijk met andere afvalstromen); uitkeuring en afzet van eind- en restproducten.